Let's talk about

PORCINE RESPIRATORY DISEASE COMPLEX

Let's talk about

PORCINE RESPIRATORY DISEASE COMPLEX

Waaraan denken bij niet-infectieuze oorzaken van Porcine Respiratory Disease Complex?

PRDC is een typische “factorenziekte” waarbij er sprake is van virale en/of bacteriële infecties in combinatie met ongunstige factoren zoals een slecht stalklimaat of een hoge bezetting. Als men de oplossing vooral in een flesje zoekt en niet-infectieuze risicofactoren negeert, is het een zekerheid dat er telkens nieuwe problemen opduiken.

Allemaal ervaringsdeskundigen
We zijn allemaal ervaringsdeskundigen als het gaat om het belang van niet-infectieuze risicofactoren bij luchtwegproblemen. Denk maar aan de toename in verkoudheden zodra de zomervakantie voorbij is en jonge kinderen weer naar de crèche of de basisschool gaan. Na enkele dagen druilerig najaarsweer heeft iedereen kinderen, familieleden of collega’s die verkouden zijn. Wellicht ontkom je zelf ook niet aan een verstopte neus of grieperig gevoel. Speelt het verkoudheidsvirus dan de doorslaggevende rol? Nee, het zijn andere factoren die ervoor zorgen dat er een piek is in de herfst en in de winter. Kinderen hebben weer veel contact met andere kinderen, we zitten met z’n allen meer binnen, huizen worden minder geventileerd, zieke kinderen worden thuis opgevangen door ouders of grootouders die vervolgens ook symptomen krijgen, …. Als we dit voorbeeld in ons achterhoofd houden, is het niet moeilijk om te begrijpen wat het risico op PRDC bij varkens verhoogt.

Checklist niet-infectieuze risicofactoren
In het onderstaand overzicht vind je de voornaamste risicofactoren met de parameters die daarop van invloed zijn.

1. Het aantal directe diercontacten (werkt verspreiding in de hand)
Denk hierbij aan:
– Bedrijfsgrootte en productiesysteem (continue flow of groepsgewijs)
– Toomgrootte
– Het overleggen van biggen in het kraamhok
– De manier van spenen (allemaal de gang op?); het mengen van tomen bij spenen
– Groepsgrootte: aantal dieren per hok bij normale bezetting (biggen, vleesvarkens, zeugen)
– Bezettingsdichtheid in realiteit
– Type hokafscheiding (deels open of volledig gesloten)
– Het mengen van dieren bij transport of bij het verplaatsen naar de vleesvarkensstal
– De faciliteiten wat betreft quarantaine & adaptatiestal

2. Algemene en specifieke weerstand (bepaalt de vatbaarheid voor ziekte)
– Gezondheidsstatus van het bedrijf (eventueel SPF)
– Genetica
– Leeftijdsopbouw zeugenstapel
– Afstemming van de gezondheidsstatus bij vervanging van fokdieren (bij aankoop én eigen aanfok)
– Gezonde biggen bij de geboorte
– Biestvoorziening
– Kwaliteit en beschikbaarheid van voer en drinkwater
– Minimaliseren van stress bij het verzorgen en behandelen van dieren, o.a. bij het spenen, het verplaatsen en het mengen van dieren
– Vermijden van diarree/spijsverteringsproblemen en parasitaire infecties

3. Huisvesting (bepalend voor infectiedruk en verspreiding)
– Stalontwerp: o.a. vloeroppervlak, vloertype, volume (m3 lucht) per dier, type hokafscheiding, groepsgrootte,  ventilatiesysteem, voer- en drinkwatervoorziening, functiegebieden.
– Hokbezetting in realiteit
– Algemene hygiëne
– Opvang van zieke dieren (ziekenboeg / behandeling / euthanasiebeleid)
– Gebruikte stalmaterialen (i.v.m. reiniging & ontsmetting, biofilms, infectiedruk)

4. Stalklimaat (bepalend voor infectiedruk en vatbaarheid voor ziekte)
– Type ventilatie en luchtinlaatsysteem (conditioneren van inkomende lucht)
– Evenwicht tussen luchtverversing en warmteverlies (stookkosten)
– Gevoelstemperatuur bij de dieren
– Vermijden van tocht
– Vermijden van putventilatie
– Ammoniakconcentratie in de stallucht
– Luchtfiltratie van binnenkomende lucht

5. Ligging van het bedrijf (bepalend voor risico op insleep, aërogene besmetting)
– Afstand tot het dichtstbijzijnde varkensbedrijf (+ windrichting)
– Afstand tot de openbare weg waar diertransporten plaatsvinden
– Exploitatie van naburige percelen (risicofactor: mest uitrijden)
– Plaats waar transportwagens op het bedrijf komen: laden en lossen van dieren, opslagplaats voor kadavers, aanvoerbuizen voedersilo’s
– Regionale aanpak van dierziekten zoals PRRS

Veel risicofactoren zijn met elkaar verweven. Als de toomgrootte toeneemt, heeft dit niet enkel invloed op het aantal diercontacten maar ook op de algemene weerstand van de big (variatie in geboortegewicht en biestopname). Er is bovendien meer kans dat biggen in de kraamstal verlegd zullen worden en er meer biggen gespeend worden dan 10 jaar geleden voorzien was bij de bouw van de biggenstal… Daardoor stijgt de hokbezetting, zijn er mogelijk te weinig drink- en voerplaatsen, neemt het luchtvolume per dier af, neemt de infectiedruk toe enz. In feite begint het allemaal bij het creëren van de juiste basisvoorwaarden voor een gezond en productief varken: huisvesting, voeding, drinkwater en verzorging.

In de volgende ‘Let’s talk about PRDC’ gaan we in op managementmaatregelen die erop gericht zijn om PRDC zoveel mogelijk te voorkomen.