Let's talk about

PORCINE RESPIRATORY DISEASE COMPLEX

Let's talk about

PORCINE RESPIRATORY DISEASE COMPLEX

Goede diagnostiek bij het Porcine Respiratory Disease Complex

Goede diagnostiek is van belang bij het opsporen van problemen met PRDC, om tot de juiste behandeling of een rationele preventieve aanpak te komen. Maar wat is nu goede diagnostiek, wat komt erbij kijken en hoe pak je dit aan? In deze aflevering van de ‘Let’s talk about PRDC’ gaan we hierop in en geven we handvatten om op de juiste wijze diagnostiek in te zetten.

Diagnostiek is niet eenvoudig
Diagnostiek inzetten klinkt zo gemakkelijk, maar zo eenvoudig is het niet. Belangrijk bij diagnostiek zijn de symptomen die op het bedrijf voorkomen en de eigenschappen van de testen die ingezet worden. Van beide zaken moet men voldoende kennis hebben om goede afwegingen te kunnen maken en tot een juiste uitspraak te komen. Niets voor niets dat diagnostiek bij de dierenarts hoort!

Diagnostisch plan
Voordat gekozen wordt welke diagnostiek ingezet gaat worden moet men een plan maken. Hierbij is het niet zozeer van belang om iets aan te tonen maar juist om zaken te kunnen uitsluiten. Dat is een hele andere benadering! Immers men stelt, zeker bij PRDC, een differentiaal diagnostiek op waarbij de diverse oorzaken wel of niet waarschijnlijk geacht worden. Vanuit die gedachte wordt dan verder onderzoek ingezet om zo de differentiaal diagnose verder te kunnen aanscherpen. Tevens moet men het vervolgscenario al in gedachten hebben, dus “Wat als? Dan doen we dat”. Diagnostiek inzetten zonder een plan is niet waardevol.

Wat zeggen de diagnostische testen?
Er kan grofweg een indeling van de testen gemaakt worden, waarbij gekeken wordt naar de verwekker zelf die op dat moment aanwezig is of het gevolg van de aanwezigheid van een verwekker. Het is een beetje te vergelijken met een inbraakverhaal; wil je de inbreker arresteren dan kan dat op heterdaad (de inbreker is er nog) of op basis van sporen, zoals vingerafdrukken. Zo werken testen ook; of men toont de verwekker zelf aan of men toont de sporen hiervan aan.

Veel gebruikte testen en de plaats in de diagnostiek
Door de voortschrijdende technologie zijn er veel verschillende testen beschikbaar tegenwoordig. Veel gebruikte testen zijn de ELISA en de PCR. Daar waar de ELISA vooral een afspiegeling van het verleden is (de vingerafdrukken), is de PCR meer in staat de huidige status aan te tonen (de heterdaad). Maar een goede interpretatie is hierbij van belang. Niet alle infecties zijn ook meteen ziekte. Bij ELISA kan gemakkelijk een overschatting gemaakt worden van de problemen, omdat men wel de antilichamen ziet maar dit niet altijd betekent dat er ziekte optreedt. Ook bij de PCR test bestaat een risico van overschatting, doordat de techniek zo gevoelig is dat men al snel iets aan kan tonen. Dit hoeft ook niet relevant te zijn, vooral de hoeveelheid gevonden verwekker is dan van groter belang; is dit veel of weinig. Maar ook wanneer er niets aangetoond wordt, kan dit toch een reden zijn om goed na te denken. Antilichamen hebben enige tijd nodig om gevormd te worden, de gevoeligheid van een test bepaalt hoe snel men iets vindt. En voor beide technieken geldt, het resultaat moet ook passen bij het klinische beeld wat op dat moment speelt.

Een andere zinvolle methode is het insturen van dieren voor pathologisch onderzoek. Dit is het meest waardevolle onderzoek wat verricht kan worden onder de voorwaarde dat de juiste representanten ingestuurd worden. Het pathologisch onderzoek koppelt de symptomen die men beschrijft aan de letsels die gevonden worden  en aan de verwekkers die men detecteert. Dat levert  zeer waardevolle informatie op.

Aantal monsters en interpretatie
Om tot een goede uitspraak te komen is het aantal bloedmonsters dat je nodig hebt sterk afhankelijk van wat je wit aantonen of uitsluiten. Bij PRDC gaat het immers om koppeldiagnostiek en niet om individuele diagnostiek! Waardevol zijn ook de resultaten van onderzoeken uit het verleden, zo kan eenvoudiger gekeken worden hoe verwekkers zich gedragen op het bedrijf over tijd. Vandaar dat monitoringprogramma’s zo zinvol zijn, men heeft dan het bedrijf beter in beeld van wat er speelt. Op basis hiervan kan vergeleken worden of er significante veranderingen plaatsvinden over tijd en daarmee of bepaalde verwekkers wel of niet een rol spelen bij de symptomen op dat moment. Zijn deze gegevens er niet dan is het goed om binnen het bedrijf een vergelijking te maken waarbij vanuit de afdeling(en) met problemen monsters genomen én vanuit afdelingen met vergelijkbare dieren zonder de symptomen en dan de afdelingen onderling te vergelijken. Dan pas kan men een goede interpretatie maken van wat er speelt, iets wat vaak niet gedaan of vergeten wordt! Hierdoor ontstaat een verkeerde interpretatie met verkeerde beslissingen ten aanzien van behandelingen of inzet van vaccins. En een voortslepende problematiek op het bedrijf welke niet opgelost is.

Soorten monsters
Soorten monsters en beschikbare testen gaan hand in hand, immers niet elke test is geschikt voor een bepaald type monster of bepaalde verwekkers komen niet voor in het monster wat men neemt. Zo komt het influenzavirus zelf niet voor in het bloed en kan het virus hier dus niet in gevonden worden. Een ander monstertype is dan noodzakelijk als men het virus zelf wil vinden.
Er zijn voor PRDC problematieken vele soorten monsters mogelijk, zoals bloed, speeksel monsters, tracheaspoelingen, longspoelingen of organen. Afhankelijk van het diagnostisch plan zal er gekozen worden voor bepaalde type monsters, al dan niet in combinatie met elkaar en afhankelijk van welke testen ingezet moeten gaan worden.

Het mag duidelijk, PRDC in zijn geheel is complex. Een goede diagnose en aanpak vergt veel van varkenshouders, maar vooral van dierenartsen. In deze reeks ‘Let’s talk about PRDC‘ hebben we tipjes van de sluier oplicht om zo tot meer inzicht te komen. Wilt u meer weten of heeft u meer advies nodig, neem dan contact op met onze HIPRA dierenartsen.