Let's talk about

BIGGENVACCINATIE

Let's talk about

ZEUGENSTERFTE

BIESTKWALITEIT EN BIESTOPNAME

Hoe krijgen biggen een goede start?
Verminderen van de infectiedruk, door de hygiëne in de kraamstal te verbeteren en het optimaliseren van de biestvoorziening en biestopname zijn beproefde strategieën om biggen een goede start te geven.

Biestvoorziening en biestopname zijn onlosmakelijk verbonden met de zeugen.
Antistoffen in de biest zijn namelijk een afspiegeling van de antistoffen van de zeug, verkregen door doorgemaakte veldinfecties of als gevolg van vaccinatie. Het creëren van een stabiele zeugenstapel (al dan niet met vaccinatie), waarbij uiteraard de adaptatie en introductie van gelten een belangrijke rol spelen, is essentieel.

Een instabiele zeugenstapel, waarin subpopulaties van zeugen met een verschillende immuunstatus voorkomen is ongewenst. In zo’n instabiele zeugenstapel zien we gelijktijdig zeugen die beschermd zijn tegen infecties, zeugen die onbeschermd en dus gevoelig zijn voor infecties, en zeugen die een infectie doormaken en de ziekteverwekker uitscheiden. Infecties tijdens de dracht kunnen niet alleen vruchtbaarheidsproblemen veroorzaken, maar er ook voor zorgen dat zeugen nog virus of bacteriën uitscheiden in de kraamstal, waardoor er vroege infecties bij de biggen optreden. Ook kunnen er besmette biggen geboren worden, zoals de in het geval van PRRS vaak besproken “viremisch geboren biggen”. Deze viremische biggen zorgen voor verdere verspreiding van de ziekteverwekker, zeker als de biggen overgelegd of gemengd worden bij spenen.

Het optimaliseren van de biestvoorziening hangt niet alleen af van de gezondheidsstatus van de zeug, maar ook van voeding, kraamstal- en biestmanagement. Een vlot geboorteproces, waarbij vitale biggen worden geboren die binnen 24-36 uur zoveel mogelijk biest opnemen bij de eigen zeug is dé ideale situatie. Er zijn tal van risicofactoren, adviezen en tips om hiermee aan de slag te gaan beschreven, maar om inzicht in uw bedrijfsspecifieke situatie te krijgen is diagnostiek essentieel.

Meten = weten
Met behulp van diagnostiek kunt u inzicht krijgen in de biestopname van uw biggen. Er zijn verschillende methodes om maternale immuniteit meetbaar te maken, allen gebaseerd op het feit dat biest een afspiegeling is van de antistoffen van de zeug en dat er een mooie correlatie is tussen antistoffen van de zeug en de big van die zeug.

De HIPRA BiestCheck is gebaseerd op een vergelijking van de hoeveelheid vlekziekte antilichamen (“titer”) van biggen ten opzichte van de zeug. Een big die voldoende biest heeft opgenomen, bereikt naar verwachting een titerhoogte die hoger of gelijk is aan 90% van de titerhoogte van de zeug. Aan de hand van de resultaten van de biestcheck kan niet alleen de biestopname van de biggen beoordeeld worden, maar kan ook het niveau van de antistoffen van de zeug (en daarmee de vaccinatie) geëvalueerd worden.

Ontdek ook onze andere ‘Let’s talk about’ reeksen:

PRRS

ZEUGEN-
STERFTE

REPRODUCTIE

BIGGEN-
VACCINATIE

NEONATALE
DIARREE

SLINGER-
ZIEKTE

INTRADERMALE
VACCINATIE